Columns en opinie

‘De manier waarop we met elkaar omgaan bepaalt de waarde van Vlaanderen’


02.01.2023

door Johan Velghe, woordvoerder van Vlinks


‘De banden die we met elkaar smeden’, hebben inderdaad het grootste welzijnsgehalte, zoals koning Filip in zijn kerstboodschap vertelde. Dat ‘er goede redenen zijn om in de toekomst te geloven’ is twijfelachtiger als dit land totaal geblokkeerd blijft. Niet zozeer omdat er geen eenvoudige antwoorden zijn, zoals Filip I zelf aangeeft, maar wel omdat Vivaldi én de V-partijen vergeten dat componist Antonio Vivaldi naast de component ‘winter’ ook nog de drie overige seizoenen vatte in zijn vioolconcert Le Quattro Stagioni. Er is meer nodig dan steeds weer vooruitgeschoven beloften voor minimale hervormingen. Via een overlegdemocratie komen tot een gezonde samenleving vol betrokkenheid moet meer dan een illusie zijn.


Leren uit het verleden

Zowel EU-beleidsvoerders, federale als die van de gewesten, hebben een abonnement op een dikke buis voor het vak ‘lessen uit het verleden’. Het kan anders. Frans econoom Thomas Pikety toont in zijn recentste publicatie Een kleine geschiedenis van de gelijkheid aan hoe we van het verleden kunnen leren om van gelijkheid een blijvende realiteit te maken.

Wie actueel cijfermateriaal en oorzaken van het uitblijven van beleidsbeslissingen er op naleest, merkt dat telkens ‘nieuwe aanzienlijke en onrechtvaardige vormen van ongelijkheid ontstaan’. Het neoliberalisme blijft zich herhalen, ook al loopt het op een dood spoor.

Lilian Marijnissen (voorzitter van SP, Nederland) heeft genoeg aan één enkel woord – betonrot – om dat nefaste traject van kortetermijnwinst aan te wijzen. Het neoliberalisme is gefocust op het individualisme. Het wijst de solidaire samenleving resoluut af, de overheid gaat uit van wantrouwen in mensen. Hoed je voor die partijen die stellen dat het neoliberalisme niet hun inspiratiebron is, of zelfs het bestaan ervan loochenen. Zij herleiden structurele problemen tot losse incidenten. De krakkemikkige werking van De Lijn en NMBS zijn illustratief.


Het Vivaldi-gejubel over ‘het doorbreken van de magische grens van 100.000 nieuwe jobs’ in 2022 krijgt de duiding niet mee dat het te vaak om arbeidsvormen gaat met geringe sociale zekerheid. Flexi-jobs worden genormaliseerd, evenals ziekmakend werk, zoals de nog altijd stijgende cijfers van de burn-outs aanwijzen.

‘Vrouw, arbeider en 55-plus? Dan meeste kans op langdurige ziekte’, een duidelijke recente krantentitel. We naderen een half miljoen langdurig zieken. Statistiek als teken aan de wand van grote ongelijkheid.

Onzeker werk en dus onzeker inkomen enerzijds en voor wie hebzucht en macht hanteert veel voordelen anderzijds, zoals de grootverdieners die amper de bekomen energiepremies via hun belastingen dienen terug te betalen. Het is een zoveelste breuklijn, een tweedeling van de maatschappij.


Te wapen!

De manier waarop we met elkaar omgaan bepaalt de waarde van Vlaanderen. Daar zal de aangekondigde canon geen jota aan wijzigen. Omarm om omarmd te worden is efficiënter dan valse credo’s als ‘Eerst onafhankelijkheid en dan zien we wel’ of ‘Rijkdom voor grootverdieners en de overigen zullen ook profiteren, zij het van de van tafel vallende kruimels’.


Meer dan een goed voornemen dient 2023 resultaten te implementeren van het ‘denkende hart’. Het betere Vlaanderen is geen onmogelijke opgave.

Het meest efficiënte ‘wapen’ is medezeggenschap over wat van ons allemaal is. Particratie dient te wijken voor participatieve democratie en transparantie. Wanhoop en kiezen voor radicaal-rechts als gevolg van onvrede wordt bestreden door wie de problemen niet veroorzaakt heeft niet te laten opdraaien voor begrotingsontsporingen. Waar woke de emancipatiestrijd opdeelt, dient de ideeënstrijd hoopvolle, verbindende alternatieven voorop te stellen. Organiseer de solidariteit, in plaats van de oplossing te individualiseren. Bonussen en toeslagen zijn onnodig indien bedrijven de werknemers beter betalen. De bedrijfswinsten stijgen, maar het modale inkomen struikelt bij elke poging om de groei van de economie bij te houden. Anders uitgedrukt: wanneer het goed gaat met de bedrijven, zorg dat de werknemers die zorgen voor de winst, daar automatisch deel aan hebben.

In alle consequentie dient het pensioen dan ook opgewaardeerd te worden als een uitgesteld loon. Laat het identiteitsdenken zich ook oriënteren op de sociale strijd en solidariteit in de wereld, in tegenstelling tot het verdelend discours dat er vandaag mee gepaard gaat.

Maak een einde aan het uitkleden van de verzorgingsstaat. De drama’s die zich afspeelden in sommige geprivatiseerde woonzorgcentra zijn we toch nog niet vergeten? Met een tekort aan leerkrachten is niet langer al het onderwijs het beste onderwijs. De verschraling van de doelstellingen doet er nog een schep bovenop.


Geldautomaat

Eufemistisch uitgedrukt is de overheid geen baken van efficiëntie. Direct voelbaar in een dorp of buurt is de teloorgang van samenhang veroorzaakt door het verdwijnen van wijkagenten, postkantoor, geldautomaat en winkeliers. Het verenigingsleven – wat toeteren politici toch graag over ‘cultuur’, maar negeren de dichtbije cultuurverspreiders – kreeg nekslagen.

De lijst vol onvrede is uitgebreid. Het is het directe gevolg van het zich steeds herhalende en voorspelbaar geworden verbreken van beloften aan de kiezers.

De verandering dient van onderuit te komen. Het efficiënte wapen is georganiseerde sociale strijd.


Johan Velghe is woordvoerder van Vlinks.

Vlaamse beweging is

een sociale beweging

door Joost Vandommele (1956-2019)


Al sedert de Middeleeuwen waren onze streken zowat op alle domeinen vooruit tegenover het omliggende. De vroege industrialisering fungeerde als motor. Sedert de dertiende eeuw moesten de ambachtslieden zich echter schrap zetten tegen oligarchie en machtsmisbruik van een verfranst patriciaat en de adel. 11 juli 1302 is bij uitstek de overwinning van deze vroegdemocratie (vnl. stadsproletariaat en vrije kustboeren) op de feodaliteit en hield ons tegelijk uit het prille Franse centralisme. Ook in de 16deeeuw waren wij een soort laboratorium voor de moderniteit. Na de overwinning van de reactie en 2 eeuwen winterslaap grijpen de sociale en de Vlaamse beweging niet voor niets terug naar dit groots verleden als inspiratiebron. Met enige verbeelding zou men kunnen stellen dat Jan Baptist Verlooy met zijnVerhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden(1788) eigenlijk de eerste ideoloog van de Vlaamse beweging geweest is.


In ieder geval situeerde hij de oplossing voor de Vlaamse kwestie (terecht) in de verlichting. Je ziet hier al duidelijk waar het dikwijls bij ideologie hapert:depraktijkvan de Franse bezetting accordeerde voor de Vlamingen immers langs geen kanten met gelijkheid, volkssoevereiniteit en vrijheid: of hoe theorie en praktijk in vele gevallen mekaars tegengestelden zijn of worden. Verlooy zal het als ‘maire de Bruxelles’ geweten hebben…


In Vlaanderen, dat midden 19deeeuw intussen op een absoluut dieptepunt was beland, lag het voor de hand dat Vlaamse en sociale beweging in synergie opereerden. Men kon hier immers de klassentegenstellinghoren. De bezittende klassen hadden immers het Franse ‘savoir vivre’, inclusief het taalgebruik, overgenomen. De oude Wilhelm Liebknecht duidde deze sociale taalgrens als een groot voordeel om beter sociale actie te kunnen voeren. Vroegsocialisten als Jacob Kats waren vanzelfsprekend Vlaamsgezind.


De Waalse flamingant, Lucien Jottrand was op landelijke schaal de aanjager van de prille arbeidersbeweging en niet voor niets tevens de voorzitter van de Vlaamse grievencommissie… Voor figuren als de leiders van de eerste industriesyndicaten, Jan de Ridder en Franciscus Bilen (de kapneuze) en het eerste icoon van de arbeidersbeweging, Emiel Moyson waren Vlaamse en sociale strijd, beide ‘dompelaarszaken’ vanzelfsprekend één. Het is de toen alles overheersende levensbeschouwelijke tegenstelling die, vanaf de jaren 1860, beide bewegingen uit mekaar heeft gedreven.


Sociale flaminganten en Vlaamsgezinde socialisten zijn er sindsdien altijd geweest maar ze werden meer en meer marginaal binnen beide bewegingen. In principe zou het algemeen stemrecht de Vlaamse kwestie opgelost hebben maar o.m. de sterke verzuiling verhinderde dit. Lodewijk De Raet zag in dat het opkrikken van de Vlaamse economie de tweede pijler van de Vlaamse ontvoogding moest worden. Zijn visie zou uiteindelijk door de brede Vlaamse beweging worden overgenomen en stilaan bewaarheid worden. Binnen de socialistische zuil waren mensen als Gust Vermeylen, Camille Huysmans etc. als flamingant zeer verdienstelijk maar dan wel strikt binnen het belangenkader van de zuil.


Toen de Belgische sociaal-democratie, traditioneel sterk in Wallonië, nog voor Wereldoorlog I een stilzwijgend verbond aanging met het traditioneel Franstalig Belgisch kapitalisme, mét de zegen van Albert I, werd de Vlaamse beweging in sociaal-democratische kringen meer en meer als stoorzender beschouwd. Van die kant zou er nog weinig worden aangedragen voor de oplossing van de Vlaamse kwestie en beide ontvoogdingsbewegingen waren in feite deskundig uit mekaar gespeeld. Het Daensisme was op een bepaald ogenblik een valabel alternatief maar faalde in zijn doorgroei tot massabeweging.


De Eerste Wereldoorlog was de kanalisator voor allerlei radicalisering. De opgelegde Belgische eenheid legde de Vlaamse achterstelling echter nog meer bloot en uit het activisme en de Frontbeweging, die beiden een sterke vooruitstrevende ondertoon hadden, zou het Vlaams nationalisme ontstaan. De linkse dissidenten, die braken met de patriottische BWP, zoals een Jef van Extergem waren vaak felle flaminganten. Ook binnen de traditionele christelijke arbeidersbeweging is er lang een Vlaamsgezinde traditie geweest. Mede omdat de Vlaamse beweging ondanks het Vlaamse overtal in België, binnen het Belgische parlementair systeem moeilijk resultaten kon boeken, vond het antiparlementarise en de anti-democratie binnen de Vlaamse beweging een goede voedingsbodem.


De Collaboratie in Wereldoorlog II heeft sociale en Vlaamse beweging o.m. mentaal zeer ver uit mekaar gedreven. ‘Leuven Vlaams’ en de mijnstakingen hadden het tij misschien kunnen keren maar de militante reactionaire kern binnen de Vlaamse beweging kon met het Vlaams Blok het Vlaams nationalisme weer monopoliseren. De laatste jaren heeft een hard liberalisme zich meester gemaakt van de beweging. Hoe dan ook: de Vlaamse beweging kan slechts haar eindoplossing kennen binnen een eigen democratisch kader. Autonomie of onafhankelijkheid moeten in de eerste plaats een opstap zijn naar een diepere en bredere (ook economische) democratie.

In een autonoom Vlaanderen moet het Vlaamse volk in zijn breedste betekenis tot ontplooiing kunnen komen: Vlaanderen is hier als niveau immers beter voor geschikt dan België. Om dit te bereiken moet de gordiaanse knoop van hogergenoemde fenomenen en onnatuurlijke coalities terug ontward worden en Vlaamse en sociale bewegingen als van oudsher weer gezamenlijk opereren. De Vlaamse beweging zal sociaal zijn of niet zijn en de sociale beweging zal slechts in een Vlaamse variant breed voet aan de grond kunnen zetten in Vlaanderen…


Het blijft tussen beiden in wezen een en/en verhaal, geen of/of verhaal! Democratie is altijd in wezen een nationaal verhaal geweest, waarbij internationalisme een letterlijke inter-nationale samenwerking moet zijn, zeker geen opgelegde supranationale dictatuur zoals de huidige EU zich meer en meer ontpopt. Bovendien kan een autonoom Vlaanderen een belangrijk afweermiddel zijn in de toenemende globalisering, nivellering en vermarkting van de wereld!